Buizerd

De roep van de buizerd klinkt als een gerekt klagend gemiauw. Wanneer men een nest nadert, beginnen de buizerds opgewonden en miauwend boven de kruinen te vliegen. Dit gedrag heet in vogelaarstaal ‘alarmeren’.

Het verenkleed is soms wat verschillend, gaande van donkerbruin tot roomkleurig. Het bovengedeelte is effen, terwijl aan de onderkant verschillende dwarsbanden getekend zijn. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 113 tot 128 cm. De totale lengte van kop tot staart is ongeveer 51 tot 57 centimeter.[2]

Ook in de vlucht zijn ze gemakkelijk te herkennen. Enkele vleugelslagen, kort zweven en dan weer een paar slagen. De buizerd is een uitgesproken langzame vlieger met zijn brede vleugels en de korte, brede staart. Vaak kan worden waargenomen dat een buizerd door een of meer kraaien, een voedselconcurrent, wordt weggejaagd.

 

De buizerd kan ook gemakkelijk verward worden met de wespendief. Deze is van de buizerd te onderscheiden door de banden op de staart. De wespendief heeft 2 banden aan de basis en 1 bijna aan het einde. De buizerd heeft vele banden op regelmatige afstand.

’s Winters zien we in onze streken soms een verwant, de ruigpootbuizerd uit het hoge noorden. Deze is onder andere te herkennen aan de veren op de poten. Vaak worden licht gekleurde buizerds voor ruigpootbuizerds aangezien. Bij buizerds bestaat een grote kleurvariatie. Je hebt erg donker gekleurde exemplaren terwijl er ook exemplaren zijn met een bijna witte onderkant. Biddende buizerds zijn meestal ruigpootbuizerds.

 

 

 

De buizerd heeft 5 belangrijke veren: 1. de handpen, 2. armpen, 3. staartpen midden, 4. staartpen buiten, 5. onderhanddekveer.

In tegenstelling tot andere soorten buizerds heeft de staart van de buizerd naast de donkere eindband nog 8-10 smalle, donkere dwarsbanden.

Een cirkelende buizerd is te herkennen aan de lange en brede vleugels en aan de relatief korte, breed gespreide staart.

Mannetjes en vrouwtjes zijn alleen naast elkaar, bijvoorbeeld wanneer ze samen rondcirkelen, te herkennen, waarbij het vrouwtje in de regel iets groter is dan het mannetje.