Lannervalk

De lannervalk (Falco biarmicus) is een langvleugelige, hoekige valk, die lijkt op een lichte, slanke slechtvalk. De bovendelen zijn lichtgrijs met een zandkleurige kruin en een dunne mondstreep. De onderdelen zijn wit met fijne zwarte strepen. In de vlucht zorgen de witte slagpennen en de licht gestreepte dekveren onderaan voor een bleke indruk.

Deze vogel wordt ongeveer 33-51 centimeter groot, de grootte van één vleugel bedraagt 310-359 millimeter. De grootte van de snavel bedraagt 20-23 millimeter en hij weegt ongeveer 500-900 gram. Het geluid van deze vogel bestaat uit een schrille kie-kie-kie.

Deze vogel leeft vooral op naakte heuvels, steppen en halfwoestijngebieden. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit andere vogels die kleiner zijn dan hijzelf.

De lannervalk is een standvogel. Zijn habitat is van Italië oostwaarts langs de Middellandse Zee tot het Midden-Oosten en in het grootste deel van de halfwoestijnen en savannes van Afrika. Zijn verplaatsingen bestaan uit een aantal lokale zwerftochten.

Zijn legsel bestaat uit 3-4 witte eieren met bruine vlekken op een richel van een klif of in een oud nest van een andere soort. Ze worden in 31-38 dagen door beide geslachten uitgebroed en de donzige, hulpeloze jongen vliegen na 45 dagen.

Geen enkele middelgrote valk is zo bleek als de lannervalk.